Overzicht alle Topics

Camerabeveiliging en de privacywetgeving

Veel ondernemers maken gebruik van camerabeveiliging in en rondom hun winkel, horecagelegenheid of andersoortige onderneming. Het doel van deze camera’s is om eigendommen, bezoekers en personeel te beschermen tegen risico’s als diefstal, vandalisme en geweld. Maar het in beeld brengen van personeel en bezoekers zorgt ook voor een inbreuk op de privacy van deze mensen. Wanneer je gebruikmaakt van camerabeveiliging moet je dus rekening houden met de privacywetgeving. Wat mag wel, wat mag niet en aan welke voorwaarden moet je als ondernemer voldoen? Je leest het hier. 

Tegengestelde belangen

Camerabeveiliging en de privacywetgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met camerabeveiliging breng je namelijk niet alleen jouw pand of jouw producten in beeld, maar ook jouw werknemers en klanten. Hier moeten dus twee belangen worden afgewogen:

  • het belang van de ondernemer om zijn of haar pand en producten te beschermen;
  • en het belang van de klant en werknemer om zijn of haar privacy te bewaren.

De autoriteit persoonsgegevens stelt dat de inbreuk op de privacy van klanten en personeel groot is wanneer je gebruikmaakt van cameratoezicht. Daarom zijn er strikte voorwaarden opgesteld waaraan je als ondernemer moet voldoen. Wat in elk geval niet mag, is het plaatsen van camera’s in pashokjes, kleedkamers of toiletten.

Voorwaarden camerabeveiliging volgens de privacywetgeving

Dat cameratoezicht in deze situaties niet mag, zal je niet verbazen. Maar wanneer mag het nu precies wel? Als ondernemer moet je aan de volgende voorwaarden voldoen om camerabeveiliging te mogen gebruiken:

1. Gerechtvaardigd belang

Je moet zogenaamd ‘gerechtvaardigd belang’ hebben bij het plaatsen van de camera’s. Het tegengaan van diefstal of het beschermen van klanten en werknemers valt onder deze wettelijke grondslag. 

2. Privacytoets

Hoewel het tegengaan van diefstal of het beschermen van klanten en werknemers wettelijk gezien dus valt onder ‘gerechtvaardigd belang’, betekent dit niet automatisch dat je gebruik mag maken van cameratoezicht. Voor je dit mag doen, moet je eerst een zogenaamde ‘privacytoets’ uitvoeren. Dit betekent dat je de belangen en rechten van jou als werkgever afweegt tegen die van de werknemer en jouw klanten. Het is dan ook van belang dat je de plannen om cameratoezicht te plaatsen vooraf bespreekt met de ondernemingsraad. De ondernemingsraad moet instemming geven voor het gebruik van de camera’s. 

3. Noodzaak

Ook moet het gebruik van cameratoezicht ‘noodzakelijk’ zijn. Dat betekent dat je als ondernemer hard moet kunnen maken dat je dit doel (bijvoorbeeld het tegengaan van diefstal) niet op een andere manier kunt bereiken, die minder ingrijpend is voor de privacy van werknemers en klanten. Cameratoezicht mag daarom ook niet op zichzelf staan, maar moet altijd onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen. Anders kan de rechter namelijk altijd beargumenteren dat je de noodzaak van het gebruik van camera’s niet hebt aangetoond, omdat je met andere maatregelen mogelijk hetzelfde effect had kunnen bereiken.

4. Data protection impact assessment (DPIA)

Wil je grootschalig, structureel en/of voor langere tijd cameratoezicht inzetten om diefstal of fraude door werknemers te bestrijden? Dan moet je daarvoor een zogenaamde DPIA uitvoeren. Ook wanneer je een verborgen camera wilt inzetten (structureel of incidenteel), moet je een DPIA uitvoeren. De DPIA is een instrument waarmee je de risico’s op het gebied van privacy in kaart brengt, om vervolgens maatregelen te nemen om deze risico’s te verkleinen.

5. Rechten klanten en werknemers

Heb je aan al deze voorwaarden voldaan? Dan mag je gebruik maken van cameratoezicht. Let er dan wel op dat je klanten en werknemers nog altijd bepaalde rechten hebben. Zo hebben zij het recht om op de hoogte te worden gesteld van het cameratoezicht. Als ondernemer moet je iedereen die op beeld kan komen dus informeren over het toezicht, bijvoorbeeld door bordjes op te hangen. Ook moet het duidelijk zijn met welk doel de camera’s er hangen. Daarnaast hebben klanten en werknemers altijd de volgende rechten als het gaat om verwerking van hun persoonsgegevens (dus ook bij het gebruik van camerabeelden): 

  • het recht om gegevens (camerabeelden) in te zien;
  • het recht om vergeten te worden;
  • het recht op beperking van de verwerking;
  • en het recht om bezwaar te maken tegen het gebruik van persoonsgegevens.

6. Bewaartermijn camerabeelden

Ten slotte mag je de camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is voor het doel dat je nastreeft (bijvoorbeeld het tegengaan van diefstal). De richtlijn die hiervoor aangehouden wordt is maximaal 4 weken: na 4 weken moet je de opgenomen beelden dus verwijderen. De uitzondering hierop is wanneer de camera’s een incident hebben vastgelegd en je nog bezig bent met de afhandeling van dit incident (er loopt bijvoorbeeld nog een rechtszaak). In dat geval mag je die specifieke beelden bewaren tot het incident is afgehandeld.

Meer weten over camerabeveiliging en de privacywetgeving?

Zoals we hierboven al zeiden is camerabeveiliging altijd onderdeel van een totaalpakket aan veiligheidsmaatregelen. Daarbij kunnen ook andere vormen van elektronische beveiliging en zelfs fysieke beveiliging horen. Wil je meer weten over camerabeveiliging en de privacywetgeving of ben je benieuwd welke (combinatie van) beveiligingsmaatregelen passen bij jouw onderneming? Neem dan contact met ons op voor meer informatie.

Beveiliging nodig?
Vraag een gratis offerte aan
Offerte aanvragen
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
phone-handsetarrow-right